Ik wandel over de Marken in Almere Haven en geniet van de geurige bloesem en de, voor Nederlands begrip, warme lentezon. Ineens valt mijn oog op de blauwe regen en ik snuif de zoete, intense geur van de bloemen op.
Ik denk terug aan Molivos en de met blauwe regen overdekte agora (winkelstraat). Tientallen meters blauwe bloementrossen en zoete geur.
Het lichtspel op het smalle straatje is fascinerend. Veel van de toeristenwinkeltjes zijn nog dicht.
Het is nog rustig in de agora, de toeristen moeten nog komen. Als ze komen, zijn de bloemen weg en is de Agora donker onder het bladerdak.
Ofelia, mei 2007
De temperatuur op Lesvos (mei 2007) ligt momenteel zo rond de dertig graden. Voor veel meigangers te warm.
Die temperaturen hebben we ook wel eens begin oktober gehad, maar dan kan het ook flink spoken zoals op een gedenkwaardige oktoberdag in 2003.
Het begint al de avond ervoor; met een stroomstoring. Dat was heel gewoon op Lesvos, maar de laatste tijd ging het beter. Niemand treurde over het gemis aan elektriciteit, de restaurantjes schakelden razendsnel over op gasverlichting en kaarsjes. Ja, en het eten? Dat werd daar waar mogelijk op een oliekacheltje bereid.
In het donker scharrelen we terug, in de tas zit nog een zaklamp. We redden ons daarmee uitstekend. En slapen doen we toch met de ogen dicht. Maar om half vier ’s nachts worden we onverwachts wakker. Het licht floept aan. De wind is toegenomen en komt nu uit het noorden. Dat was ook voorspeld en belooft weinig goeds. De wind giert rond het appartementencomplex. De regen klettert tegen de ramen. Mijn vrouw doet het badkamerraam dicht. Om inregenen te voorkomen. Slimme meid!
Een halfuur later staat onze dochter voor de deur. ,,Hebben jullie last wateroverlast.”
,,Nou een halfuur geleden nog niet.”
Maar nu? Nu water golft naar binnen. Vanuit de centrale hal. De deur van het gebouw stond zoals gewoonlijk open en het was ingeregend. Flink naar binnen geregend. En vanuit de hal is het water onder onze deur doorgekomen. Ook onze buren worden gewaarschuwd. ,,Bij ons is er niets aan de hand”, is het antwoord. ‘s Morgens horen wij echter dat er water onder hun bed stond. Noem dat maar ‘niets aan de hand’.
Samen met mijn schoonzoon dweil ik ons appartement en de hal. Het is even flink aanpezen, maar daarna kunnen we nog een paar uurtjes rustig slapen. Nou ja rustig slapen is er natuurlijk niet bij met die storm buiten. Toch dommelen wij in.
Zoals de voorgaande dagen zijn onze dochter en schoonzoon als eerste wakker. En gewoontegetrouw gaan zij brood halen. Wat is het heerlijk om verwend te worden.
Vanwege de storm kan er voor het eerst niet buiten worden ontbeten. Met veel moeite lukt het ons om de zitjes naar binnen te krijgen en dan komt het jonge spul terug. ‘Het is een geweldige ravage in Petra. Zowel langs de kust maar ook in het dorp. In de haven heerst paniek.”
Dat moeten we zien. Voor het eerst in mijn leven voel ik mij een ramptoerist.
We trekken razendsnel naar de haven, want daar gebeurt het. Een vrachtboot ligt geweldig te stampen. Op de kade staan enkele vrachtwagens met zout. De chauffeurs hebben een flink dilemma. Wel of niet lossen. Het water slaat voortdurend over de kade en de kans dat het zout vanaf de kade de haven in spoelt is niet ondenkbaar. Dat beseffen de chauffeurs ook en zij besluiten even af te wachten, wat het weer verder gaat doen. De zoutboot wordt van de kade losgemaakt, wordt langzaam maar zeker gekeerd en gaat met de kop op de wind liggen, zodat de golven beter getrotseerd kunnen worden.
Langs de kade ligt nog een partyboot en ook die wordt losgemaakt. Een man geeft aanwijzingen, terwijl het water zich met donderend geweld op de kademuur stort. Het opspattende zilte nat reikt tot boven de vlaggenmasten en lantaarns. Een fantastisch gezicht. De man, die aanwijzingen geeft, krijgt de volle laag en gaat pardoes onderuit. Hij heeft geluk dat hij niet al te ver wordt meegesleurd. Een nat pak heeft hij wel, maar een bad in de haven wordt hem nog net bespaard.
Je moet er niet aan denken, wat er dan had kunnen gebeuren. Met de vaste grond onder de voeten is het al moeilijk je staande te houden, maar in het water is het onmogelijk je eigen weg te zoeken. Het water golft op en neer en heen en weer. De golven beuken op de vissersbootjes in en die knallen met volle vaart tegen de kademuur.
Zonder zichtbare angst klauteren de vissers op hun bootjes, om ze veilig te stellen. Nee, ze gaan niet de zee op, want dat zou met dit weer absoluut gekkenwerk betekenen. Ze maken wel de neus los en zorgen dat er iets meer speling komt en leggen hun boot daarna zo vast, dat de neus niet meer tegen de kademuur bonkt. Dat de vissers daarbij zelf niet meer van hun bootje af kunnen komen, nemen zij voor lief. Hun boot is hun broodwinning en die moet worden verdedigd tegen de zee.
Bij het gebouwtje van de havenmeester is het een drukte van belang. Veel vissers en andere belangstellenden hebben zich verzameld. Er heerst boosheid. De reden daar kunnen we alleen naar gissen. Zelf ontkennen zij boos te zijn, maar de lichaamstaal liegt niet.
Na enige horen dat een van de vissersboten wordt vermist. De eigenaar is er wel. Maar waar is de boot. Het zal ooit het raadsel van Petra zijn! Van een andere vissersboot is bekend, dat die is gezonken. Vernield door de zee. Stavros, de eigenaar, heeft moeten sappelen om de boot aan te kunnen schaffen. Jarenlang heeft hij er krom voor gelegen en nu, nu is hij van de ene op de andere dag brodeloos. Van eigen baas zal hij weer knecht moeten worden tot hij genoeg heeft gespaard om een andere boot te kunnen kopen.
Duidelijk is dat niemand de storm in deze heftigheid had verwacht. Hoe is dat
mogelijk? Er zijn toch ook Griekse weerkundigen? Waarom zijn de Griekse vissers niet gewaarschuwd? Is dat de reden van de boosheid van de mensen aan de haven?
De Pappas komt naar de haven toe, losgerukt van zijn Russische bijslaap, zou onze hostess zeggen. Bijna niemand praat met hem. Geen wonder want echt eerbied voor hem is er nauwelijks in de gemeenschap van Petra.
Het duurt heel lang voor de rust echt terugkeert in de haven. De politie en de kustwacht laten hun gezicht zien. Een legertruck stelt zich op aan het begin van het haventerrein. Nee, hun aanwezigheid is niet nodig. Waarna de wagen weer wegrijdt.
Langs de kade spuit het water door enkele spuigaten omhoog en bezorgt diverse ramptoeristen een onverwachte en vooral ook koude douche.
Niet alleen vissersboten hebben schade opgelopen ook diverse motorboten hebben het moeten ontgelden omdat zij met de boeg tegen de kade zijn geknald. Alex, de eigenaar van Number 1, is ook de pineut. Onvervaard klimt hij op zijn Triton 406. Er is een vracht water naar binnengekomen. Dat betekent hozen om te voorkomen dat zijn boot naar de kelder gaat, net zoals de schuit van Stavros, die met de handen in de zakken staat toe te kijken.
De vissers bekommeren zich niet om de eigenaren van de pleziervaartuigen. En al helemaal niet om die van de buitenlanders.
Een Nederlander komt de schade van zijn schip bekijken. Die valt reuze mee. Toch laat hij zijn boot uit het water takelen en op een trailer zetten, zodat de schade op een werf aan de zuidkant van het eiland kan worden hersteld. Ook andere motorboten worden op het droge getild. Die worden op een later tijdstip opgehaald om gerepareerd te worden.
De kustwacht schiet met een luide knal twee lijnen naar de zoutboot. De boot
wordt voor alle zekerheid extra verankerd, zodat het vrachtschip niet kan losslaan en geen gevaar voor de andere bootjes oplevert.
Langs het strand heerst een geweldige ravage. Parasols liggen geknakt op het strand of worden meegezogen door het terugtrekkende water om vervolgens iets verderop weer op het zand gesmeten te worden. Een deel van het strand is weggeslagen. Nederlandse taferelen.
Bij het centrum zijn de golven over de weg geslagen en hebben alles meegenomen wat niet al te zwaar is en niet spijkervast is. Een bruine laag smurrie bedekt de strandweg. Een bewoner gaat met stoffer en blik de bende te lijf. Aan het eind van de middag als alles is opgedroogd, is er sprake van een kleine zandverstuiving.
Bij O Pakis heeft het water tot twee-derde van zijn terras gestaan. Het dak van het terras heeft een flinke oplawaai gekregen. Sommige stukken zijn volledig verdwenen. Nergens meer terug te vinden. De verbijstering overheerst. In 1954 of 1956 is er ook eens zo’n gigantische storm geweest. Maar alleen de ouderen weten dat nog.
Op het plein liggen tafels en stoelen kris kras door elkaar. Voor de eigenaren van de terrassen het sein hun terras maar te sluiten. Veel toeristen zijn er toch niet meer. Toeristen staan overal met elkaar te praten, of zoeken een veilig heenkomen in de taveernes, die nog open zijn. De kledingwinkel doet goede zaken. Talloze mensen kopen nog een jas of trui.
In Molyvos valt de schade mee. De meeste rotzooi is al opgeruimd als wij er ’s middags komen. Stoelen en tafeltjes staan vastgebonden langs muren.
’s Nachts regent het opnieuw. Bliksem, onweer. En opnieuw valt de stroom uit...
Ik was aan 't googlen op zoek naar evenementen op Lesbos, om toe te voegen op deze site en mijn Lesbos hyve. Kwam ik de Aegean Regatta 2007 tegen en dacht terug aan de regatta van 2003...
Wat was dat mooi en bijzonder, al die zeilscheepjes in de haven van Molivos. Voor het eerst zag ik de haven vol, schepen zij aan zij. Vele mensen druk in de weer om ze klaar te maken voor de volgende dag. De volgende dag zou er een wedstrijd zijn in de wateren van Molivos en Petra. Spannend, want behalve dat het er gezellig was, gebeurde er niet vaak iets bijzonders in de haven.
De wedstrijd met catamarans was leuk en inderdaad spannend, welk bootje zou er gaan winnen?
's Avonds zou er een groot feest in de haven zijn met een prijsuitreiking en live-muziek, alle restaurants waren afgehuurd voor de deelnemers en crews. In ons restaurant zou o.a. het team van Limnos komen, met de burgemeester als aanvoerder. We begonnen 's middags met de voorbereidingen. Er moesten tafels klaargezet worden in groepen en die moesten gedekt worden. We wisten ongeveer hoeveel mensen er kwamen, maar wisten nog niet hoe groot de verschillende groepen waren. Per persoon was er een halve liter huiswijn beschikbaar, dat moesten we dus per tafel berekenen aan de hand van het aantal personen. We wisten dat het druk zou worden, maar probeerden ons zo goed mogelijk voor te bereiden. Er was een vast menu, dus dat moest te doen zijn.
Toen de eerste gasten arriveerden begon het gesodemieter, ze waren met 11 man en wilden dus een tafel
voor 11 personen. Dat werd meteen alweer schuiven. Vervolgens kwam de ene na de andere groep, moest er geschoven worden met tafels en stoelen en voor een eerste drankje gezorgd worden. Voordat iedereen er was, begonnen sommigen al om eten te roepen. Mijn baas, nogal nerveus van aard, had het even niet meer en rende van hot naar her. Ik verliet even mijn plekje achter de bar, om te helpen de borden naar de tafels te brengen. Iedereen was inmiddels voorzien van wijn (of bier).
De tafel van de burgemeester van Limnos vroeg regelmatig mijn aandacht en ook een kleinere tafel ernaast met enkele heren, riep veelvuldig mijn attentie. Ik rende van de bar naar het terras en weer terug, vaak met een enkel biertje of half literkannetje wijn. De burgemeester van Limnos was een grijzige, wildharige en vriendelijke man, die ook wel van een slokje hield.
Een klein stukje verderop was het podium, alwaar de prijsuitreiking plaatsvond. De burgemeester en enkele andere bekende plaatsgenoten hielden hun praatjes en er was een optreden van een bekende Griekse zanger (?), die ik eerder op de avond een kopje thee met honing gaf, omdat hij last van zijn keel had. Hij deed een impressie van verschillende muziekstijlen die hij in de wereld had leren kennen. Hij opende met een Nederlands lied, begeleid door een accordeonist. Dit gaf me wel weer even een trots gevoel over mijn vaderland!
De verdere avond verliep alles wat rustiger, maar erg bijzonder en gezellig.
Heb je ook leuke herinneringen aan Lesbos en wil je die delen?! Stuur ze naar ons toe (liefst met foto's) via vakantiekriebel@gmail.com